Is een thuisbatterij in 2026 nog rendabel?
De premie is weg en het saldo van je terugdraaiende teller ook. Wat een batterij in Vlaanderen nog oplevert, en waar je hetzelfde effect goedkoper...
Drie dingen bepalen wat je panelen nog opbrengen: waarop je netkosten gerekend worden, of je een tegoed had staan, en hoeveel je zelf verbruikt.
Het korte antwoord
Een digitale meter meet je afname en je injectie apart. Daardoor betaal je je nettarieven op alles wat je van het net haalt en niet meer op het verschil. Het prosumententarief valt weg. En sinds 1 april 2026 gaat een opgebouwd saldo van je terugdraaiende teller niet meer mee naar de digitale meter.
Wat je hieronder vindt
Een terugdraaiende teller telde één beweging. Zette je stroom op het net, dan liep hij achteruit, en op het eind van het jaar bleef het verschil over. Een digitale meter registreert afname en injectie als twee aparte cijfers.
Dat verschil is de kern van alles wat volgt. Het Grondwettelijk Hof formuleerde het in januari 2021 zo: omdat de digitale meter beide stromen afzonderlijk registreert, kan het brutoverbruik aan alle tarieven, taksen en heffingen onderworpen worden. Precies daarom kon het compensatiemechanisme niet blijven bestaan.
Concreet: met een digitale meter betaal je je nettarieven op je bruto-afname, en niet meer op het gecompenseerde verschil. Dat staat letterlijk zo in de tarieflijst van de Vlaamse Nutsregulator, en het staat er sinds 2025 onveranderd.
Dit is geen keuze meer. Het Energiebesluit legt op dat alle actieve kleinverbruiksmeetinrichtingen uiterlijk op 1 juli 2029 over een digitale meter beschikken; bij aansluitingen boven 80 ampère plaatst de netbeheerder een AMR-meter. Bij eigenaars van zonnepanelen was de omschakeling volgens Fluvius begin december 2025 al bij ongeveer 925.000 klanten gebeurd.
Dit is de wijziging van dit jaar, en ze is in stilte ingegaan.
Tot 31 maart 2026 stond er een bepaling in het Energiebesluit die dit regelde. Had je bij de plaatsing van je digitale meter nog een saldo openstaan uit je terugdraaiende teller, dan werd het verschil in meterstand meegenomen naar je eerstvolgende afrekening. Die regel stond in artikel 3.1.52 van het Energiebesluit en werd opgeheven door het verzamelbesluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2025, met ingang van 1 april 2026.
Sindsdien geldt het volgende, in de woorden van Fluvius: een negatief saldo wordt niet verrekend, er wordt geen verbruik aangerekend, en het wordt niet overgezet naar de digitale meter. De beginstanden bij de installatie zijn ook de beginstanden voor je volgende afrekening.
Als
Je digitale meter werd geplaatst vóór 1 april 2026
Je saldo ging mee. Fluvius paste daarvoor de startindexen administratief aan, in beide richtingen.
Ook toen kon een saldo op nul komen door een leverancierswissel, een aanvraag voor maandfacturatie, meetregime 3 of energiedelen, of een tariefwissel.
Als
Je digitale meter werd geplaatst vanaf 1 april 2026
Een opgebouwd overschot verdwijnt. Het wordt niet uitbetaald en het gaat niet mee.
Staat je teller op het moment van de plaatsing nog onder de stand van je laatste factuur, dan verdwijnt dat overschot. Loopt hij tegen dan weer vooruit, dan is er niets om te verliezen.
De Vlaamse Nutsregulator stelt die vraag zelf op zijn website, en antwoordt kort: neen.
Met een klassieke meter betaal je een hoger tarief per kilowattuur dan met een digitale meter. In 2026 ligt dat kilowattuurtarief met een digitale meter tussen 49,81 en 63,19 euro per megawattuur exclusief btw, en met een analoge meter tussen 76,30 en 97,18 euro. Daar komt bij een klassieke meter het prosumententarief nog boven, tussen 51,54 en 65,65 euro per kilowatt per jaar exclusief btw, en de minimumbijdrage van 2,5 kilowatt in het capaciteitstarief.
| Bij zonnepanelen | Klassieke meter | Digitale meter |
|---|---|---|
| Nettarief per kilowattuur, 2026, excl. btw | 76,30 tot 97,18 euro per MWh | 49,81 tot 63,19 euro per MWh |
| Prosumententarief | 51,54 tot 65,65 euro per kW per jaar, excl. btw | Je betaalt het niet |
| Waarop je nettarief gerekend wordt | Op je gecompenseerde afname | Op je bruto-afname |
| Capaciteitstarief | Altijd de minimumbijdrage van 2,5 kilowatt | Op je gemeten maandpieken, met dezelfde minimumbijdrage |
Je betaalt met een digitale meter dus in verhouding minder per kilowattuur en meer per kilowatt piek. De regulator vat het samen als: dat compenseert elkaar. Of het in jouw geval gunstiger uitvalt, hangt af van je verbruikspatroon en van hoeveel je zelf verbruikt.
Niets. Voor het capaciteitstarief tellen enkel je afnamepieken; je injectiepieken tellen niet mee. Dat is een wijdverspreid misverstand en de Vlaamse Nutsregulator zegt het met evenveel woorden.
Wat je wel betaalt is een tarief op je gemiddelde maandpiek in afname. In 2026 kost één kilowatt gemiddeld ongeveer 53,39 euro per jaar exclusief btw, met per netgebied een spreiding van 49,05 tot 57,10 euro. De gemiddelde maandpiek van een Vlaams gezin ligt op 4,24 kilowatt. En iedereen betaalt minstens de bijdrage die overeenkomt met een piek van 2,5 kilowatt, ook wie lager blijft.
Twee dingen die daar nog uit volgen. Een driefasige aansluiting kost je geen extra capaciteitstarief: enkel het gemeten piekvermogen telt. En pieken boven 2,5 kilowatt worden niet zwaarder getarifeerd; je betaalt voor elke kilowatt hetzelfde bedrag.
Dit is waar het geld zit.
De Vlaamse Nutsregulator rekende het voor 2025 uit voor een gemiddelde prosument met een digitale meter. Die bespaarde 468,69 euro op zijn elektriciteitsfactuur door zijn eigen zonnestroom te verbruiken, en kreeg daarnaast 107,12 euro terugleveringsvergoeding voor wat hij injecteerde. De regulator telt die twee samen tot een voordeel van 575,81 euro over het jaar, bij een enkelvoudige meter.
Die twee bedragen staan niet op dezelfde basis. De 468,69 euro is een besparing op je afnamefactuur en dus inclusief btw. De 107,12 euro is bij een prosument die geen btw-plichtige is vrijgesteld van btw. Ze zijn dus niet zonder meer met elkaar te vergelijken, en het totaal is dat van de regulator zelf.
Het onderliggende profiel: 4,41 kilowatt omvormervermogen, 4.781 kilowattuur productie, waarvan 1.396 kilowattuur meteen zelf verbruikt en 3.385 kilowattuur geïnjecteerd, bij een jaarverbruik van 3.500 kilowattuur en een enkelvoudige meter.
Waarom een zelf verbruikte kilowattuur meer waard is dan een geïnjecteerde, legt de regulator ook uit. Een kilowattuur die je zelf verbruikt, spaart je de volledige prijs uit: de energiecomponent, de kosten voor groene stroom en warmtekrachtkoppeling, het nettarief per kilowattuur, de heffingen per kilowattuur en de btw daarbovenop. Op de vergoeding voor wat je injecteert, zitten geen nettarieven en geen heffingen.
De cijfers voor je eigen dak vind je gratis op het dashboard en in de V-test van de Vlaamse Nutsregulator. Wil je het niet zelf doen, dan kan je het door June laten uitzoeken.
Zelf verbruiken levert het meest op. Voor de rest is er je contract.
Je besparing komt vooral uit wat je zelf verbruikt, en dat staat los van je leverancier. Wat je injecteert en wat je afneemt, hangt wel aan je contract. June Premium volgt dat voor je op.
Wij regelen het. Jij bespaart. Geen gedoe.
Die spreek je af met je leverancier. Het Energiebesluit verplicht je leverancier om je een terugleveringscontract aan te bieden als je een digitale meter hebt en je installatie tot 10 kVA gaat, maar schrijft geen prijs voor. Het enige minimum dat in het Energiebesluit staat, is nul euro per kilowattuur, en dat geldt voor de netbeheerder.
Dat is geen theoretisch punt. Volgens de Vlaamse Nutsregulator betaalden in 2025 naar schatting bijna 29.000 prosumenten minstens één maand voor hun teruglevering in plaats van ervoor vergoed te worden. Het gewogen gemiddelde over dat jaar lag op 3,16 eurocent per kilowattuur. Het verschil tussen de meest en de minst voordelige contractversie liep voor een gemiddelde prosument op tot 271,82 euro op jaarbasis.
De actuele cijfers houdt de regulator bij op zijn dashboard terugleveringsvergoedingen, en de contracten zelf staan in de V-test, allebei gratis. De aanbodplicht van je leverancier hangt aan het bezit van een digitale meter. Wie dat liever niet zelf opvolgt, kan zijn contract ook door June laten opvolgen.
Je groenestroomcertificaten. Wie er recht op heeft, blijft ze ook na de plaatsing van de digitale meter ontvangen; aan dat systeem verandert de meterwissel niets.
En in Wallonië ligt het verhaal anders dan in Vlaanderen. Dat is geen detail: wie daar woont, leest over een regeling die nog jaren doorloopt.
Vlaanderen
De compensatie is verdwenen. Nettarieven op je bruto-afname, geen prosumententarief met een digitale meter, en sinds 1 april 2026 geen overdracht van een opgebouwd saldo.
Wallonië
De compensatie blijft er lopen tot 31 december 2030, maar enkel voor installaties met een netto ontwikkelbaar vermogen van maximaal 10 kilowatt die in dienst gingen vóór 1 januari 2024, en enkel op het energiedeel van je factuur. Breid je nadien met meer dan 1 kilowatt uit, dan valt ze weg voor de hele installatie.
Dat je nettarieven gerekend worden op je bruto-afname in plaats van op het verschil tussen afname en injectie. Daar komt sinds 1 april 2026 bij dat een opgebouwd saldo van je terugdraaiende teller niet meer meegaat naar de digitale meter.
Volgens de Vlaamse Nutsregulator niet. Met een klassieke meter betaal je een hoger tarief per kilowattuur, vandaag tussen 76,30 en 97,18 euro per megawattuur exclusief btw tegenover 49,81 tot 63,19 euro met een digitale meter, plus het prosumententarief. Met een digitale meter betaal je in verhouding meer per kilowatt piek en minder per kilowattuur.
Nee. Voor het capaciteitstarief tellen alleen je afnamepieken. De pieken die je injecteert, tellen niet mee.
Nee. Wie recht heeft op groenestroomcertificaten, blijft ze ontvangen. De plaatsing van de digitale meter verandert daar niets aan.
Kreeg je je digitale meter vóór 1 april 2026, dan ging je saldo mee via een aanpassing van de startindexen. Vanaf 1 april 2026 gebeurt dat niet meer: een negatief saldo wordt niet verrekend, er wordt geen verbruik aangerekend, en het gaat niet mee naar de digitale meter.
Nee. In Wallonië loopt de compensatie door tot 31 december 2030, maar enkel voor installaties met een netto ontwikkelbaar vermogen van maximaal 10 kilowatt die in dienst gingen vóór 1 januari 2024, en enkel op het energiedeel van de factuur. Een uitbreiding van meer dan 1 kilowatt doet dat recht vervallen.
Bronnen
De premie is weg en het saldo van je terugdraaiende teller ook. Wat een batterij in Vlaanderen nog oplevert, en waar je hetzelfde effect goedkoper...
Het grootste deel van je opbrengst zit in wat je zelf verbruikt, niet in je injectie. De cijfers voor Vlaanderen, en wat er op 1 april 2026...
Nettarief, vervoer en accijnzen staan vast voor je iets kiest. Wat dat kost bij 17.000 kilowattuur, en waar je wel op weegt.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws, tips en adviezen over energiebesparing en efficiëntie, en waardevolle inzichten over de energiemarkt.